Winston Wolfe
29 maart 2019 — By Mathias Vermeulen

Don’t worry, be crappy

In het eerste jaar van Winston Wolfe (2014, het lijkt toch al een eeuwigheid geleden) was één van onze hoogtepunten ongetwijfeld Creativity World Forum. Zo zagen we die editie naast Ricardo Semler ook Guy Kawasaki aan het werk. En de woorden die ons destijds tijdens zijn keynote het meest bijbleven, waren “Dont’t worry, be crappy”. […]

In het eerste jaar van Winston Wolfe (2014, het lijkt toch al een eeuwigheid geleden) was één van onze hoogtepunten ongetwijfeld Creativity World Forum. Zo zagen we die editie naast Ricardo Semler ook Guy Kawasaki aan het werk. En de woorden die ons destijds tijdens zijn keynote het meest bijbleven, waren “Dont’t worry, be crappy”.

Que?

Hiermee bedoelde Kawasaki dat mensen eigenlijk niet moeten inzitten met de lancering van hun product, zelfs als het nog wat crappy oogt. Zeker als ze echt voor de volle 100% geloven in hun product. De eerste versie is immers toch nooit perfect en als je blijft wachten met lanceren om constant extra features toe te voegen en die perfectie na te streven, dreig je het momentum te verliezen. En misschien ook potentiële klanten. En marktaandeel. En…

Que (bis)?

Ja, op dat moment drong de boodschap niet echt tot ons door. Leuk quotemateriaal (zie ook onze blogpost destijds), maar meer ook niet. Tot we recent opnieuw realiseerden wat Kawasaki met die woorden wilde zeggen.

Ah ja?

In 2016-2017, bij de ontwikkeling van Quink en nu ook bij de ontwikkeling van enerzijds enkele mini-games en anderzijds ons nieuw product-in-spe Qurve waren we in het begin best wel “crappy”. We rolden versies uit die verre van perfect waren, maar die de essentie weergaven van waar we naartoe wilden. En dan was het aan de testers om hun kritische blik los te laten op de applicaties en de games en ervoor te zorgen dat we steeds minder en minder “crappy” werden en meer het “don’t worry” gevoel konden ervaren. Dankzij de feedback van alle testers hebben we steeds veel optimalisaties kunnen uitvoeren. En door die verbeteringen blijft ook onze doelgroep nauwer betrokken. Twee vliegen in één klap dus.

Quid L&D?

En dan stellen wij ons de vraag: doen we dit wel voldoende binnen leertrajecten? Durven we wel al eens van start gaan met een programma dat nog niet 100% op punt staat? Durven we een eLearningmodule uitrollen die nadien aangepast wordt op basis van de eerste gebruikers? Of blijven we maar schrijven en schrappen, content toevoegen, ontwikkelen, … om dan maanden nadien vast te moeten stellen dat de module die we willen verspreiden intussen al volledig achterhaald is.

Of, om het met de woorden van Jeroen Lemaire destijds op #LearningTechDay 2016 te zeggen: “Ship. It’s the best way you can get feedback from your users.”