Winston Wolfe
11 november 2013 — By Mathias Vermeulen

Best practices, beperkt in toepasbaarheid?

Hoe vaak hoor je het niet binnen je organisatie dat je meer gebruik moet maken van “best practices”, dat je die meer moet gaan delen met collega’s? En hoe vaak valt het niet voor dat net die best practices niet echt werken als antwoord op jouw specifiek probleem? Wel, met behulp van het Cynefin framework […]

Hoe vaak hoor je het niet binnen je organisatie dat je meer gebruik moet maken van “best practices”, dat je die meer moet gaan delen met collega’s? En hoe vaak valt het niet voor dat net die best practices niet echt werken als antwoord op jouw specifiek probleem? Wel, met behulp van het Cynefin framework leggen we kort even uit hoe dat komt.

 

Cynefin, spreek uit als /’kʌnɨvIn/, is een Welsh woord dat ‘habitat’ betekent. De term werd door Dave Snowden gebruikt om via een framework inzicht te kunnen bieden in complexe materies.  En het dient gezegd: het is een verdomd goed framework dat alvast onze ogen heeft geopend.

Het Cynefin-framework bestaat uit 5 domeinen, zoals je op de afbeelding kunt zien:

Cynefin1. Simple: hierin is de relatie tussen oorzaak en gevolg overduidelijk en voorspelbaar: je ziet het probleem, je categoriseert het en je beantwoordt het probleem. Hierin kan je zeer snel handelen en is het inzetten van best practices ideaal. Het overduidelijke verband tussen oorzaak en gevolg zorgt er immers voor dat de beste praktijken in alle situaties toepasbaar zijn.

2. Complicated: ook hier is de relatie tussen oorzaak en gevolg zichtbaar, meer het vergt meer analyse om tot die conclusie te komen. Of je hebt experts nodig die jou bijstaan in het analyseren en oplossen van het probleem. Best practices zijn hier niet de oplossing, maar wel ‘good practices’. Er zijn immers een aantal mogelijkheden om tot de oplossing te komen en iedereen dwingen om op één manier te werken, zorgt enkel voor wrevel.

3. Complex: bij complexe problemen is er hoegenaamd geen verband zichtbaar en moet je gaan experimenteren om tot een oplossing te komen. Pas dan wordt het verband zichtbaar. Je gaat dus op een veilige manier zaken gaan uittesten tot eentje blijkt te werken en die zet je dan in als oplossing. Hier spreken we over ’emergent practices’, oplossingen die als het ware tevoorschijn komen na wat proberen.

4. Chaotic: hier is er hoegenaamd geen verband tussen oorzaak en gevolg en is de enige mogelijk oplossing: handelen. De oplossing zal altijd iets nieuws zijn, waardoor we spreken van ‘novel practice’.

Midden dit framework heb je het vijfde domein, namelijk ‘Disorder‘, waar je je bevindt als je echt niet weet waar het probleem zich situeert.

 

Als we dus effectief ‘best practices’ willen delen en inzetten, dan zullen deze enkel efficiënt werken bij simpele oorzaak-gevolg problemen. Van zodra de problematiek iets moeilijker wordt, vermindert echter de effectiviteit. Denk dus heel af en toe even terug aan dit framework, het kan je immers zeer snel enkele inzichten bezorgen, op allerhande vlakken. Zo ook in een leercontext! Je kan het framework trouwens via een kleine game verduidelijken, met gebruik van enkele Lego-blokjes! Het loont zeker de moeite om dit even uit te testen!

 

Gebruiken jij vaak best practices binnen jouw organisatie? En zijn die vervolgens altijd effectief? Of herken je je in de hier beschreven situatie?